44 Jerichow-Genthin

Gelopen: woensdag 10 december 2025                   Etappe: 23,2 km / Totaal: 863,5 km

In het boek ‘Stasiland’ beschrijft Anna Funder het leven in de toenmalige DDR maar vooral over de aanwezigheid van de Stasi in die tijd. Zij praat met ex-Stasis na ‘die Wende’ en spreekt met mensen die slachtoffer van het doen en laten van de Stasi zijn geworden. Nee, daar word je niet vrolijk van, het zijn indringende en vaak stuitende verhalen.

De omvang van de Stasi, de eigen veiligheidsdienst van de DDR, was eigenlijk bizar. Er wordt wel eens gezegd dat de ene helft van de bevolking de andere controleerde. Maar dat slaat dan vooral op het gevreesde begrip ‘I.M’: Inoffizieller Mitarbeiter. Gewone burgers die zich heimelijk inlieten met de Stasi en als informant optraden voor alles en iedereen in hun eigen omgeving. Officieel kende de Stasi een omvang van ruim 97.000 agenten. En dat is op een bevolking van 17 miljoen inwoners echt heel veel. Noch Nazi-Duitsland onder Hitler, noch de Sovjet-Rusland onder Stalin haalden zo’n moyenne. Zo was de veiligheidsdienst ook groter dan het eigen leger. De Stasi, onder de bezielende leiding van Erich Mielke, de minister van Staatsveiligheid, werd zo het schild en zwaard van de dictatuur door de communistische partij, de SED, Socialistische Einheitspartei Deutschland. Wat als controle begon, ontaarde in hevige repressie. Alles werd gelezen of afgeluisterd. Camera’s, microfoons en gewillige ogen waren overal. Vermoede dissidenten werden niet alleen vastgezet onder vreselijke omstandigheden maar ook de grens overgezet dan wel verkocht voor goed geld aan West-Duitsland. Zo raakte men veel potentiële oproerkraaiers kwijt. Het was trouwens bij uitstek een mannenclub, vrouwen waren er nauwelijks en konden als ze er waren maar beperkt in rang stijgen. De plannen van de Stasi beperkten zich niet toch de controle en harde onderdrukking van het eigen volk, maar waren veel megalomaner. Nog in 1985 werd er een gedetailleerd plan opgesteld voor de invasie en verovering van West-Berlijn. Het is niet eenvoudig om een goed beeld te krijgen van hoe mensen leefden in Oost-Duitsland tussen 1945 en 1989. En ook: hoe kon het zo ontsporen? Basisingrediënten zijn een socialistische heilsleer, gekoppeld aan een uitgekiende en heftige propaganda. Vooral dat laatste valt niet te onderschatten. Die muur die in 1961 door Berlijn verrees? Die was er niet om Oost-Duitsers de vlucht te beletten, maar om dat kapitalistische en imperialistische West-Duitsland, dat gestoeld was op ongelijkheid en uitbuiting, buiten te houden en de juist op gelijkheid gerichte socialistische heilstaat te beschermen. Nog een voorbeeld: meteen in 1946 begon de Sovjet-Unie te verkondigen dat ze Oost-Duitsland bevrijd had van het fascistische Nazi-regiem. En dat het sediment van propaganda toch altijd wel weet te beklijven, getuigt dan het feit dat het ‘schuldgevoel’ over de oorlog in Oost-Duitsland veel minder aanwezig was dan in West-Duitsland. Het leven in Oost-Duitsland moet doordrenkt zijn geweest van geëiste discipline, soberheid, eenvoud en verstikkende controle. Woonblokken van grijs beton met een standaard-interieur en een portret van Erich Honecker aan de wand. Werken geschiedde in staatsgecontroleerde bedrijven. Winkels waren sober met een klein assortiment en lange rijen voor luxezaken als koffie.  Al met al doemt het beeld op van een welhaast doorgedraaide religieuze sekte waarvan de volgers ook een toenemend theewatergevoel krijgen dat hier echt iets niet klopt. Met -in dit geval foute- ouderlingen die tot zwaar achter de voordeur alles willen controleren en beïnvloeden. Toch moet die bevolking ook onderlinge saamhorigheid en verbondenheid hebben gekend. Ondanks alles dat er niet was, was er (overigens betwiste) volledige werkzekerheid, goedkope huisvesting (maar wel met een lange wachttijd), gratis onderwijs en kosteloze gezindheidszorg. De staat en zijn burgers? Het lijkt een ingewikkelde mix te zijn geweest van bescherming en beklemming.

En hier vind je het GPX-bestand voor deze etappe.

Plaats een reactie